Klik hier voor de vorige nieuwsbrief: maart '10
 

Het Hart van MOOK voor de bewoners

CONCIRE is samen met bewoners op zoek naar het Hart van Mook. Eenvoudige vragen als ‘Als Mookenaar ben ik trots op ... ’ en ‘Wat wilt u dichterbij huis?’ vormden de leidraad voor een bewoners-atelier in het Limburgse dorp.
lees verder >

Sociale strategie Stadshavens Rotterdam

CONCIRE heeft samen met WSA Stedelijke Ontwikkeling een sociale strategie ontwikkeld voor Stadshavens Rotterdam, een ontwikkellocatie van maar liefst 1.600 ha.
lees verder >

Samenwerken aan het verhaal van de Rotte

De Rotte is historisch van grote betekenis voor Rotterdam en haar omgeving, maar wat is die betekenis nu? En wat kan de toekomstige waarde van de Rotte zijn?
lees verder >

Nabuurschapskracht in Emmen

Het Dierenpark Emmen verlaat hartje stad voor de rand van het centrum. Hierdoor staat niet alleen de dierentuin Emmen, maar ook de stad Emmen, voor een nieuwe ruimtelijke en economische opgave.
lees verder >

CONCIRE doet inspiratie op in de etalage

Op uitnodiging van ontwerper Karel Bodegom heeft CONCIRE gedineerd in de etalage van Bas van Pelt binnenhuisarchitectuur in Den Haag. Aan de straat dineren in een bijzondere en inspirerende omgeving, in gesprek met de ontwerper en speciale gasten.
lees verder >

Installatie bestuursleden IkZitopZuid

Het initiatief IkZitopZuid, waar
CONCIRE mede-initiatiefnemer van is, gaat een nieuwe fase in met de oprichting van de stichting IkZitopZuid en de installatie van drie bestuursleden: Dick van Well, voormalig bestuursvoorzitter van Dura Vermeer Groep; Con Schoenmakers, voormalig directeur van de ING bank district Rotterdam en Roland Pechtold, bestuurslid van Argos Oil. De komende periode gaat het bestuur op zoek naar twee aanvullende bestuursleden, om op volle kracht Rotterdam-Zuid te versterken. Meer informatie over IkZitopZuid is te vinden op:

www.ikzitopzuid.nl >

 

Op het juiste spoor met CONCIRE


Twee middelgrote steden staan voor de keuze wat te doen met het spooremplacement in het hart van de stad. Het zijn strategische locaties aan de rand van de binnenstad die als visitekaartjes voor de stad kunnen functioneren, met betekenis voor de hele stad en de regio. Het vergt bewuste keuzes welk stedelijk programma je waar plaatst, zeker als programma een schaars goed is. Met het opruimen van sporen is veel geld gemoeid. Er blijven kansen liggen als deze projecten als zelfstandige herontwikkelingsopgaven bezien worden. De meeste steden tonen hun achterkant naar het spoor, hoe zorg je er nu voor dat dit beeld gaat omdraaien en het spoor als de Seine van de stad gaat werken?

Groningen en Roosendaal zijn aangewezen als één van de vijf landelijke voorbeeldprojecten, waarin de belangrijkste spoorpartners - VROM, V&W, NSPoort, ProRail, provincie en de betreffende gemeenten - gezamenlijk de complexe spoorzone-opgaven oppakken. Het is de vraag hoe je voorkomt dat ontwikkelingen alleen als vastgoedopgave worden gezien, waarmee de toekomst op slot wordt gezet. Om dit te voorkomen moet je als stad weten waar je op termijn naartoe wilt, en welke ambities je hebt met deze entree van je stad. CONCIRE heeft beide steden bijgestaan in de zoektocht naar het gebiedsconcept waarin ambities voor de lange termijn zijn vertaald in een ontwikkelingsstrategie. Waar in Groningen de eerste ideeŽn zijn verkend, wordt in Roosendaal gewerkt aan coalities van bedrijven en gemeente rondom de eerste projecten.

Warenhuis voor Europa
In Roosendaal is samen met ondernemers onderzocht wat de spoorkansen van de stad zijn. Roosendaal is van oudsher sterk met het spoor verbonden, vandaag de dag nog steeds zichtbaar in de langste perrons van Europa en de monumentale spoorgebouwen. Maar blijft hier met het wegvallen van de internationale treinverbinding nog iets van over? Jazeker, er liggen spoorkansen voor Roosendaal. Als knooppunt van sporen en wegen en als grote stedelijke kern in de regio is Roosendaal bij uitstek een logistieke hotspot. Met als toekomstig perspectief voor Roosendaal het Warenhuis voor Europa, de plek waar spoor en goederen een waardevermeerdering voor de logistieke sector vormen.



De eerste stap in ambitie is om het spoor weer onderdeel van de stad te laten zijn: Roosendaal moet weer SpoorStad worden. Geen probleemgebied maar een kansenzone. De gemeente maakt de sprong over het spoor door het stadhuis aan de andere kant van het spoor te zetten. Het stadhuis en het stadion met daaraan toegevoegd echt Roosendaalse functies, zodat een levendige plek ontstaat waar sport, evenementen en cultuur elkaar versterken. Met als resultaat een Stadspodium, als modern podium en daarmee een geheel nieuwe plek voor de stad. De Stationscampus (gelegen aan de voorzijde van het station) als ontmoetingsplek op het kruispunt van twee sporen. Een plek waar het nieuwe werken en businessmeetings gefaciliteerd worden. De passerelle vormt letterlijk de verbinding hiertussen. Samen met Roosendaalse onderzoeken we hoe de passerelle meer kan zijn dan een fysieke verbinding, maar ook als identiteitsdrager van de spoorzone. Deze opgaven spelen op de korte termijn.

Het langetermijnperspectief is belangrijk omdat de ambities helder op het netvlies staan en er nu geen ontwikkelingen worden ingezet waardoor Roosendaal uiteindelijk niet meer kan uitgroeien tot het Warenhuis voor Europa. Door met KCAP architects & planners programma‘s direct te vertalen in ruimtelijke modellen is inzichtelijk waar knelpunten ontstaan. Zo zetten we in Roosendaal via het gebiedsconcept de stap naar de businesscases, waar coalities met ondernemers en gemeente rond concrete projecten geformuleerd worden. De gemeente faciliteert de spoorvoorzieningen en de ondernemers brengen bedrijvigheid in. Samen op het juiste spoor om van Roosendaal weer een SpoorStad te maken.


Met deze expertise werkt CONCIRE aan meerdere spoorzones in Nederland.

printversie >

 

   


RUIMTE VOOR ZORGELOOS WONEN
COLUMN Guus Verduijn

Weet u al wat u gaat doen als u straks met pensioen bent? Ik hoef nog niet, want ik wil nog wel een tijdje werken als directeur Commercie van Woonzorg Nederland. Ik werk al een aantal jaren met veel plezier voor de grootste seniorenhuisvester van Nederland. Maar ik weet inmiddels wel wat ik wil. Ik wil de service en klantgerichtheid zoals ik die in de VS heb mogen ervaren toen we op bezoek gingen bij een aantal projecten voor seniorenhuisvesting.

Het hoogtepunt van de reis was een complex waar we met de directie en de locatiemanager spraken. We zaten in een zaaltje aan tafel. Op een gegeven moment kwam er een bewoner voorbij, die aan de deur morrelde. De locatiemanager stond op, snelde naar de deur; wij bestonden even niet meer. Ze kwam pas terug toen ze haar klant geholpen had; service with a smile.

Daar willen we met Woonzorg Nederland ook heen: woonservice op maat voor senioren, zoals iedereen weet: een groeiende bevolkingsgroep. We beschikken inmiddels over een goed beeld van de wensen van ouderen en jongere mensen met een beperking en over de regelgeving rond huisvesting en zorg voor deze doelgroepen. Dat beeld is gebaseerd op gedegen onderzoek, dat we alweer een aantal jaar geleden met CONCIRE zijn gestart.

Om een exacter beeld te krijgen van onze toekomstige huurders hebben we onder meer gekeken naar een goede profilering van onze klanten. Daarbij hebben drie elementen een rol, gespeeld: leefstijlen, mate van vitaliteit en natuurlijk ook het inkomen. Het overgrote deel van de 55-plussers is vitaal. Dat zijn ouderen die nog van alles kunnen en willen, die mobiel zijn, die nog volop in het leven staan.

Een vijfde van de 55-plussers kun je typeren als ‘onzekere senioren’. Dat zijn de mensen die een partner hebben verloren, of een medisch probleem hebben en voor wie de wereld mede daardoor een stuk kleiner is geworden. Dat is ook de groep die de dokter frequent bezoekt en die is aangewezen op de mantelzorg. Slechts zeven procent is regie-afhankelijk, heeft echt hulp nodig en kan niet meer zelfstandig leven.

De stereotypen over ouderen kloppen dus niet. De grens tussen vitaal en niet-vitaal ligt niet bij 55 jaar. Je hebt nog vitale ouderen van in de negentig jaar. Vanuit die filosofie hebben we destijds met CONCIRE een waardebod geformuleerd: ‘ruimte voor zorgeloos wonen’. Nu hebben we dat verder verfijnd in vijf woonformules: Ruimte voor Zekerheid, Rust, Samenzijn, Vrijheid en Comfort.

Elke formule heeft een ander profiel. Met andere klantwaarden, andere typen bewoners, maar ook ander vastgoed. Zelfs de architectuur, de locatie, de manier waarop we de klant aanspreken en de communicatie zijn daarop afgestemd. Vrijwel al onze complexen passen in één formule. Dat lijkt bijzonder, maar dat is het niet: niet wij bepalen waar bewoners wonen, dat doet de bewoner zelf.

Daar gaat het om: de klant centraal stellen. Die weet al wat hij of zij wil. Nu wij als corporatiesector nog. Op basis van de formules, de woonprofielen, worden binnen woonzorg de bestaande locaties nu aangepast en getransformeerd, een proces waar we de komende jaren nog volop werk aan zullen hebben. Carol Hol van CONCIRE heeft daaraan in de beginfase een zeer waardevolle bijdrage geleverd. In die zin zijn wij als Woonzorg Nederland zeker schatplichtig aan CONCIRE.

Tot slot, één ding weet ik zeker: ik kan, als ik eraan toe ben, ook hier in Nederland het serviceniveau krijgen van de VS.

printversie >